maandag 12 april 2021

beflijster en bijvangst

Al dagen zoek ik naar de beflijster.

Zonder veel hoop vertrek ik vandaag weer richting de hei.

Ik zie een boomleeuwerik.

Te herkennen aan de witte vlek aan de vleugelpen en een korte staart.

Wanneer u ergens op de zandgronden, op heide of stuifzand in Nederland een leeuwerik ziet met een zéér korte staart, dan is dat vrijwel zeker een boomleeuwerik. Maar de boomleeuwerik laat zich meestal eerst horen voordat je hem ziet. Tijdens de zang vliegt hij in golvende vlucht in grote kringen boven zijn territorium. Aan het einde van de zang laat hij zich in een spiraalvlucht naar beneden glijden.


Ik ga even naar de hut waar het vreselijk koud is.
Wel zitten er kleine bonte plevieren.
Ik zie dat er eentje in een holletje in de grond gaat zitten.
Leuk! 


Je moet niet alleen in de hut vogelen maar ook daarbuiten.


De kuifmees is toch zo leuk aanwezig de hele tijd.


Ik denk dat ik maar eens naar huis fiets.
Een warme kop koffie gaat er wel in.


De herder is er ook met zijn kudde schaapjes.


's Middags ga ik toch nog even terug.
Het lijkt toch droog te blijven.

En dan wordt ik beloond met een mooie putter.
Ik ben nu al blij dat ik weer ben gegaan.

De putter komt oorspronkelijk voor langs de zonnige randen van vochtige loofbossen. Nog niet zo lang geleden zijn putters begonnen zich aan te passen aan door de mens gemaakte landschappen, zoals boomgaarden en parken. De belangrijkste voorwaarde voor de aanwezigheid van putters is een rijke vegetatie met veel composieten (distels, paardenbloemen). Deze planten produceren de zaden waarvan de putter vrijwel geheel afhankelijk is. Alleen de jongen krijgen tijdens hun groei ook veel insecten. Deze bevatten de voor de groei zo belangrijke eiwitten.


Bij de hut zingt de Fitis.


Ik fiets weer verder.
Het is te koud en saai bij de hut.

En dan........opeens zie ik ze.
Beflijsters.
Voor het eerst in mijn leven op de foto.
Wat ben ik blij!





De beflijster is een schaarse doortrekker, die sterk op een merel lijkt, maar met witte borstband. De broedgebieden liggen in Scandinavië, Schotland, Wales en berggebieden in Zuid- en Centraal-Europa. De grootste kans om een beflijster te zien, is tijdens de voorjaarstrek; dan verblijven honderden vogels op de Waddeneilanden en elders in het land, meestal in kleine groepjes. Beflijsters houden zich ook op in groepen van andere doortrekkende lijsterachtigen, zoals koperwieken en kramsvogels.

Dit was een mooie dag op de hei!
Morgen ga ik weer.

-wordt vervolgd-

















 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten